Autisme

Autisme, een ijsberg???

waterlijn

Ja, zo zou je het kunnen zeggen.

Voor de buitenwereld is van autisme slechts het topje van de ijsberg zichtbaar. Dat is datgene dat men ziet in het gedrag van de persoon.

De echte ijsmassa, het autisme, ligt onder water en is niet zichtbaar voor de omgeving.

 

Wat is er dan zoal te ‘zien’?

Een aantal zaken vallen op in vergelijking met mensen zonder autisme:

  • een uitzonderlijk goed geheugen voor feiten
  • een andere communicatie
  • een andere sociale interactie
  • andere interesses
  • een andere manier van het oplossen van problemen
  • een sterke voorliefde hebben voor details
  • onrustig gedrag bij een teveel aan prikkels
  • het vermijden van sociale contacten
  • het nemen van eigen emoties en gedachten als uitgangspunt voor het handelen

 

Wat is het overgrote deel dat verborgen ligt onder het wateroppervlak?

Dat zijn de oorzaken van het zichtbare gedrag, zoals bijvoorbeeld:

  • Visuele prikkels worden wel goed en auditieve vaak minder goed verwerkt
  • Gevoelens en gedachten worden met meer moeite geordend, waardoor men kan klagen over chaos of het missen van overzicht
  • Het is moeilijk om over emoties te praten en daarbij is de regulatie van emoties anders
  • Gedachten en emoties van andere mensen zijn moeilijk te begrijpen
  • De context van situaties wordt minder opgemerkt en wordt daardoor niet goed begrepen
  • De regelfuncties van de hersenen werken minder efficiënt. Het plannen en uitvoeren van activiteiten kost hierdoor veel moeite.

Kortweg kan men van autisme zeggen dat het een stoornis is in het begrijpen, een zogenaamd informatieverwerkingsprobleem. Hierdoor heeft men minder grip op situaties in het leven.

De diagnose autisme

De eerste stap bij het vermoeden van autisme is vaak een psychodiagnostisch onderzoek. De diagnose autisme kan worden vastgesteld door een GGZ-instelling of een vrijgevestigde psychloog of psychiater autismedeskundige. Aan de hand van het diagnostisch en statistisch handboek voor psychische aandoeningen (DSM) wordt bepaald of er sprake is van autisme.

Het diagnostisch onderzoek uit de DSM V, richt zich op beperkingen in de sociale communicatie en op beperkte interesses en repetitief gedrag.

Een diagnose is de officiële erkenning van een vorm van autisme. Voor veel mensen is het een beginpunt voor het verwerken, de acceptatie en het organiseren van de juiste ondersteuning.